Lemma: W.F. Hermans – De donkere kamer van Damokles

De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans (1921-1995) verscheen in 1958 met een oplage van 2.000 exemplaren. De roman werd vrijwel unaniem positief ontvangen. Het verhaal draait om Henri Osewoudt die tijdens de Tweede Wereldoorlog opdrachten uitvoert die hij krijgt van zijn dubbelganger Dorbeck. Osewoudt denkt dat hij een held in het verzet is, maar wordt na de oorlog beschuldigd van collaboratie. Dorbeck alleen kan zijn onschuld bewijzen, maar deze lijkt spoorloos verdwenen. In 1962 verscheen de boekverfilming onder de titel Als twee druppels water. Hermans was een perfectionist en hij heeft zijn verhaal in de loop der jaren dan ook regelmatig herzien. In 2004 verschijnt de 41e druk.

De donkere kamer van Damokles is niet de enige roman van Hermans waarin De Tweede Wereldoorlog een rol speelt. In 1952 schreef hij al Het behouden huis. Zes jaar later verscheen De donkere kamer van Damokles, een verhaal dat draait om Henri Osewoudt. Als hij nog een kind is, vermoordt zijn moeder zijn vader. De kleine Henri gaat bij familie wonen en krijgt een relatie met nicht Ria. Op achttienjarige leeftijd komt zijn moeder vrij. Osewoudt besluit met Ria te trouwen, zijn moeder in te huis nemen en de sigarenwinkel van zijn ouders voort te zetten. Wanneer de oorlog is begonnen, bezoekt Dorbeck de winkel en beide mannen blijken ontzettend op elkaar te lijken. Osewoudt krijgt opdrachten van Dorbeck, zoals een moord in de Houtstraat. Als Ria en zijn moeder worden opgepakt, weet Osewoudt zelf nog net te ontsnappen. Dan begint zijn zwerftocht. Hij wordt verliefd op de Joodse Marianne Sondaar en zij raakt zwanger. Osewoudt wordt echter opgepakt door de Duitsers. De eerste keer weet hij te ontsnappen, de tweede keer zit hij maanden in de cel. Als hij uiteindelijk vrijkomt en naar het bevrijde gebied ontsnapt, wordt hij opgepakt. Osewoudt zou met de Duitsers hebben gecollaboreerd. De enige die zijn onschuld kan bewijzen is Dorbeck, maar die blijkt spoorloos verdwenen. Dit misverstand is het centrale thema van de roman: wat is waar? Heeft Dorbeck nu bestaan of niet? Deze vraag houdt literatuurwetenschappers al decennialang bezig.

Wilbert Smulders vat in zijn proefschrift kort samen dat de meningen over deze roman uiteenlopen. De een stelt dat Dorbeck niet bestaat en dat Osewoudt slachtoffer is geworden van zijn eigen waanvoorstellingen. Hij heeft nooit Dorbeck ontmoet, maar Evert Jagtman. Anderen geloven weer dat Dorbeck wel bestaat, maar dat hij juist de dubbelspion is. Hij gebruikt Osewoudt om de schuld op hem af te schuiven. Neerlandicus Frans A. Janssen, literatuurwetenschapper Jaap Oversteegen en letterkundige Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira menen tot slot dat ‘de kern van De donkere kamer er nu juist uit bestaat dat niet uit te maakten valt wie of wat Dorbeck is’.

Opvallend in de hele discussie is naar mijn mening echter een uitspraak van NSB’er Evert Turlings, een buurman van Osewoudt:
‘- Ik heb je zien knokken met een vent in de Houtstraat!
– Ik heb niet geknokt in de Houtstraat, ik ben er niet geweest. [
[..]
– Je hebt je verkleed. Je had een grijs pak aan met een lange broek.
– Maar ik ben hier al een half uur!’

Het was, afgaande op wat in de roman verteld wordt, onmogelijk voor Osewoudt om in zo’n korte tijd zich nog te verkleden. Turlings moet dus Dorbeck gezien hebben, al dacht hij dat het Osewoudt was. Dat is ook wat Hermans probeerde na te streven, zo blijkt uit een briefwisseling. Hermans wil laten zien dat de dubbelganger echt bestaat, maar doet zijn best om de lezer tegelijkertijd te verwarren.

Na de oorlog probeert Osewoudt op allerlei manieren aan te tonen dat zijn dubbelganger echt bestaan heeft. Zo is er een foto waar ze beiden op zouden staan, maar helaas, deze is mislukt. René Marres, universitair docent moderne Nederlandse letterkunde, probeert dit te verklaren. Zo had Dorbeck gewaarschuwd dat het te donker was en was de camera mogelijk beschadigd door de steekvlam van een bundeltje lucifers. Hermans heeft in een vraaggesprek (met Jessurun d’Oliveira) nog toegevoegd dat het spoeltje losgeraakt kan zijn. Opnieuw probeert de schrijver de lezer in verwarring te brengen: bestaat Dorbeck wel of niet?

Een andere veelvoorkomend discussiepunt is hoe het boek te lezen is en welke niveaus voorkomen. Literatuurwetenschapper Ton Anbeek onderscheidt allereerst het oorlogsverhaal (de thriller), maar en het psychologische niveau waarbij de persoonlijkheid van Osewoudt centraal staat. Is hij inderdaad erfelijk belast, gezien het feit dat zijn moeder aan waanvoorstellingen leed? En dan is er het filosofische niveau: ‘de roman illustreert de these dat de mens en de wereld onkenbaar zijn. Deze lezing wordt nog versterkt door het Wittgensteincitaat dat Hermans vanaf de tiende druk aan de tekst toevoegt.’ Dit citaat (motto) is: ‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is. Men zou kunnen willen zeggen: ‘Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.’ – Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem niet vindt, en ook als hij helemaal niet bestaat.’ Hiermee wil Hermans zeggen dat taal niet toereikend is om de werkelijkheid te beschrijven.

Aan de genoemde niveaus wil ik het niveau van de tragische liefdesgeschiedenis tussen Osewoudt en Marianne toevoegen. Osewoudt raakt zijn moeder kwijt, begint een verhouding met zijn lelijke nicht Ria en trouwt uiteindelijk met haar, heeft geen succes bij andere meiden en zijn eigen vrouw gaat nog vreemd ook. Maar de mooie Joodse studente medicijnen, Marianne Sondaar, blijkt op Osewoudt te vallen. Na enkele korte momenten samen wordt zij zwanger. Osewoudt zit in de gevangenis, toch schrijven ze elkaar. En als Osewoudt de kans krijgt bij de Duitsers doet hij er alles aan om haar te beschermen. Wanneer hij vrijkomt zoekt hij haar op in het ziekenhuis. Toch raken ze elkaar kwijt als Osewoudt gevangen wordt genomen. Marianne verhuist naar een kibboets in Israël. Vrouwen spelen een belangrijke rol in het leven van Osewoudt, dat blijkt wel uit het feit dat hij haar meteen opzoekt wanneer hij vrijkomt. De politie meent verder: ‘Als O. gefaald heeft, is het geweest uit liefde voor zijn vriendin Mirjam Zettenbaum. Hij heeft Dorbeck en Moorlag uitgeleverd aan de Duitsers om haar te redden.’ Of dit de juiste interpretatie van de werkelijkheid is, valt nog te bezien. Wel kan De donkere kamer van Damokles niet alleen gelezen worden als een thriller of een filosofische of psychologische roman, maar ook als een tragische liefdesgeschiedenis.

Advertenties

Over Nicole Cordewener

Mijn naam is Nicole Cordewener en dit is mijn digitale portfolio.
Dit bericht werd geplaatst in Literair. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s