Van duister krot tot huis met lichtknop

Dit interview schreef ik tijdens mijn stage voor de bijlage van De Gelderlander. Een bijzonder verhaal.

—-

Van duister krot tot huis met lichtknop (6 november 2010)

Je eten bij elkaar zoeken tussen uitwerpselen op de grootste vuilnisbelt van Kenia. Er was een tijd dat Joshua Miago niet beter wist. Nu schuift hij aan in het universiteitsrestaurant en wil hij een vaccin tegen malaria maken.

door Nicole Cordewener

 ‘In een sloppenwijk is de dood nooit ver weg. Je kunt opstaan, de deur uitlopen en bijna op een foetus stappen. Dat stelt niets voor. Als je een schot hoort, dan weet je dat de kogel iemand heeft geraakt. Je kijkt niet meer op als je ’s nachts een vrouw hoort schreeuwen omdat ze geslagen wordt. Je hebt geen dromen meer, geen hoop. Die heb je niet als je steeds honger hebt en in armoede leeft.

Ik heb niet altijd in een sloppenwijk gewoond. Eerst woonde ik met mijn ouders, broertjes en zusjes in een huis in de wijk Kariobangi South. Tussen mijn vader en moeder waren er al langer spanningen. Op een dag kwam mijn vader thuis en hij pakte al onze spullen, wat meubels, keukengerei en kleding, op een handkar. Hij nam ons toen mee naar een huis vlakbij de gigantische vuilnisbelt Dandora. Daar liet hij ons achter. Ik was toen zeven.

Een paar uur later kwam mijn moeder. Ik weet nog steeds niet hoe ze ons gevonden heeft. Waarschijnlijk heeft mijn vader haar verteld waar we waren. Uiteindelijk hebben we twee jaar in dat huis gewoond. Een huis kun je het eigenlijk niet noemen, het was meer een kamer van tien vierkante meter. De muren waren ijzeren platen. Het dak bestond uit versleten lakens waar de regen doorheen kwam.

Hij liet ons uitgerekend in april achter, tijdens het regenseizoen. Alles werd nat. We hadden een eenpersoonsbed, maar zelfs dat konden we niet gebruiken. Je moest je best doen om een droog hoekje te vinden. Maar met vijf kinderen en mijn moeder in die kleine ruimte was dat niet makkelijk.

Er was geen geld om naar school te gaan. Het beetje geld dat mijn moeder verdiende door kleding te wassen bij rijke mensen, gebruikten we om drie kilometer verderop water te kunnen kopen en de huur te betalen. Hele dagen brachten we door op de vuilnisbelt, een van de grootste van Afrika. Daar zochten we naar eten. Het was ieder voor zich. Als we niets te eten konden vinden, verzamelden we plastic of papier. Dat verkochten we dan weer voor een paar shilling. Maar omdat ik toen nog klein was, werd ik vaak bestolen door oudere en grotere jongens. Heel frustrerend. Als dat aan het einde van de dag gebeurde moest ik met honger naar bed.

Toen ik acht was, werd ik door de christelijke hulporganisatie Compassion ingeschreven in hun sponsorprogramma. Beth uit Amerika betaalde iedere maand een bedrag waardoor ik naar school kon gaan, eten en medische hulp kreeg. Hoewel die hulp voor mij was bedoeld, kon mijn familie er ook van profiteren. In Kenia betaal je namelijk schoolgeld voor een heel gezin. Dus mijn broertjes en zusjes kregen ook weer les.

Dat is heel belangrijk denk ik. Wie de hele dag thuis zit en niets met zijn leven doet, heeft grote kans om in een bende terecht te komen. Mijn schoolvrienden zijn ook het criminele pad op gegaan. Vroeger hadden we dezelfde dromen. We wilden iets groots doen, iets van ons leven maken. Maar in een sloppenwijk is dat heel moeilijk. Armoede en criminaliteit zijn aan de orde van de dag. Slechts één op de 10.000 weet uit de sloppenwijk te ontsnappen.
Bij een bende gaan is de enige manier om nog wat geld te verdienen. Armoede dwingt je om zo ver te gaan. Mensen overvallen en stelen bij de rijkeren.

Bendeleden verhandelen allerlei soorten drugs en laten jongere kinderen opdraaien voor de gevaarlijke klusjes. Ik heb zevenjarigen gezien die precies wisten welke drugs er allemaal waren en nog erger, zelf al verslaafd waren. Op die manier proberen ze loopjongens aan zich te binden.

Soms hebben kinderen op veertienjarige leeftijd al wapens bij zich. In Kenia is dat heel gevaarlijk. Omdat er zoveel corruptie en criminaliteit is, kan de politie nooit voldoende optreden. Maar als ze je betrappen met een vuurwapen, zullen ze zonder pardon gaan schieten. Dat zou ook mijn lot zijn geweest als ik bij een gang was gegaan.

Een goede vriend van me was vijftien toen hij op klaarlichte dag een winkel overviel. Door stomme pech kwam hij buiten de politie tegen. Toen ik het schot hoorde rende ik er naartoe. Dat doe je, want in een sloppenwijk kent iedereen elkaar. Het is één grote familie. Ik schrok toen ik hem in zijn eigen bloed zag liggen. Dood.

Zelf ben ik blij dat ik nooit bij een bende heb gezeten of iets dergelijks heb gedaan. Ik zou daar nooit tijd voor hebben gehad. Dat zou mijn moeder ook nooit toegestaan hebben. Ik moest doordeweeks naar school en in het weekend naar de kerk.

Ons leven werd iets beter toen we verder van de vuilnisbelt gingen wonen. Ongezond was het al, maar hoe dichter bij die stortplaats, hoe gevaarlijker. En dat vond mijn moeder niet verstandig voor mijn twee oudere zussen. Met hulp van vrienden bouwde ze een nieuw huis. De vloer bestond uit zand en als het regende veranderde die in een moederpoel. Maar mijn moeder deed wat ze kon.

School was voor mij een manier om aan dit alles te ontsnappen. Je moet begrijpen dat er in een sloppenwijk maar weinig dingen zijn waar je echt plezier aan kunt beleven. Voetballen bijvoorbeeld. Van plastic tassen en touwtjes maakten we onze eigen bal. Die ging dan twee of drie weken mee. Fietsen waren schaars in de sloppenwijk. Wie er eentje had, verhuurde ‘m. Dan mocht je voor een shilling een rondje maken. Zo heb ik leren fietsen, maar duur was het wel.

Toen ik dan uiteindelijk kon studeren dankzij het universiteitsprogramma van Compassion, veranderde mijn leven voor de eerste keer. Ik ging samen met andere studenten van dat programma vlak buiten de campus wonen. We kregen toen wat zakgeld. Een onwerkelijk gevoel om eindelijk geld te hebben waar ik mee kon doen wat ik zelf wilde. Ik kreeg een computer met internet. Voor die tijd wist ik niet eens wat een computer was. En ik heb voor het eerst een film gezien.

Ik vond het bijzonder om elektriciteit te hebben. Het is alsof je altijd in het donker hebt geleefd. In Kenia gaat de zon vroeg onder en in de sloppenwijken is er geen elektriciteit. Maar opeens is er dan licht en kun je alles zien. Je hebt het gevoel dat je zelf de controle hebt over je leven. Je kunt groter dromen dan ooit tevoren.

Dat deed ik ook. Ik wilde verder studeren. Mijn broertje Wilson overleed, omdat de dokters niet op tijd hadden gezien dat hij een aangeboren hartafwijking had. Zoiets wil ik andere mensen besparen. Ik heb met eigen ogen gezien hoe zwaar het is voor een familie om een kind te verliezen. Malaria is een ontzettend groot probleem in Kenia, maar er wordt nog veel te weinig onderzoek naar gedaan. Zelf heb ik het ook verschillende malen gehad, maar via Compassion kreeg ik steeds voldoende medicijnen. Niet iedereen heeft daar geld voor. Daarom wil ik een betaalbaar vaccin ontwikkelen. Dat is mijn droom.

In Nijmegen zijn ze al heel ver op dit gebied. Dus toen ik het masterprogramma zag, wist ik dat ik hier naartoe moest. Het moeilijkste was een paspoort aanvragen. Mijn geboortecertificaat was kwijt. Vier weken lang stond ik dagelijks van vroeg tot laat in overheidskantoren. Mijn paspoort kostte me uiteindelijk 10.000 shilling. En dat terwijl het gratis hoort te zijn.

Daarna was het ook nog even spannend, want mijn aanmelding was kwijtgeraakt door de universiteit in Nijmegen met als resultaat dat ik misschien maar een halve studiebeurs zou krijgen. Op 23 maart, dat weet ik nog heel goed, zag ik dat ik toegelaten was én een volledige beurs zou krijgen. Ik sprong op en begon te gillen. De buren wisten niet wat er gebeurde. Dat was werkelijk het beste moment van mijn leven.

Van een land als Kenia naar Nederland komen is een cultuurschok die ik niet kan omschrijven. Daar zijn simpelweg geen woorden voor. Alsof ik van de ene op de andere planeet ben neergezet. Ik reisde voor het eerst met een vliegtuig, heb op een roltrap gestaan. Er zijn lantaarnpalen en op de universiteit hebben ze vloerbedekking. Wonen in een stenen huis, met elektriciteit, water en riolering. Er komt zelfs warm water uit de kraan! Het was allemaal nieuw voor mij.

Weet je, ik had een potje schoensmeer in mijn koffer gestopt. In Kenia zijn de wegen namelijk niet verhard. Na een dag zijn je schoenen dan ook heel stoffig. Hier heb ik dat potje nog niet nodig gehad. Ik ben voor het eerst naar de bioscoop geweest. Een groot scherm en het geluid, je geniet hier meer van de film.

Ik zou willen dat mijn familie ook van al deze dingen zou kunnen genieten. Gelukkig hebben ze het dankzij Compassion allemaal beter gekregen. Ze werken alle drie. Mijn broer Harrison is dierenarts en mijn zus Grace gaat psychologie studeren. Ze hebben hun eigen gezinnen en wonen niet meer in de sloppenwijk. Alleen mijn moeder zit er nog steeds. Ze wil niet weg. Terwijl wij nu voor haar kunnen zorgen.

Als ik klaar ben met mijn studie wil ik terug naar mijn moeder, naar Kenia. Ik ben daar harder nodig. Maar de kennis om malaria te bestrijden moet ik hier opdoen. Ze hebben hier de faciliteiten, ik kan een netwerk opbouwen. Ik wil een excellente wetenschapper worden, deze kans in Nijmegen kan misschien wel levens redden.’

Advertenties

Over Nicole Cordewener

Mijn naam is Nicole Cordewener en dit is mijn digitale portfolio.
Dit bericht werd geplaatst in Journalistiek en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s